De Commissie Binnenlandse Zaken moet het wetsvoorstel inzake “woonstbetredingen” verwerpen
PERSBERICHT
Op dinsdag 16 juni 2026 zal de Commissie Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken het wetsvoorstel inzake “woonstbetredingen” behandelen, waarover de regering van Arizona overeenstemming heeft bereikt.
Een brede coalitie van organisaties zal naar de Kamer gaan om de debatten bij te wonen, aangezien zij niet zijn gehoord zoals zij hadden gevraagd. Zo willen zij nogmaals hun verzet benadrukken tegen dit wetsvoorstel dat de beginselen van de rechtsstaat, de Grondwet en de fundamentele menselijke waarden met voeten treedt.
Wat dit wetsvoorstel concreet toestaat
Achter de juridische bewoordingen gaat een zeer concrete realiteit schuil: politieagenten die bij zonsopgang met kracht een privéwoning binnendringen om een arrestatie te verrichten. Niet omdat er een misdrijf is gepleegd, maar omdat iemand niet over de juiste administratieve documenten beschikt. Zonder dat deze persoon of degene die hem of haar onderdak biedt, de mogelijkheid heeft om deze inbreuk voor een rechter aan te vechten. Dit is wat ook de Raad van State, MYRIA en de Franstalige Kinderrechtencommissariaat unaniem aan de kaak hebben gesteld.
Een stap tegen het advies van de Raad van State in
Arizona zal dinsdag 16 juni deze tekst aan het parlement voorleggen, ondanks twee opeenvolgende en strenge adviezen van de Raad van State. In het advies van 20 augustus 2025 had de Raad geëist dat de tekst “fundamenteel zou worden herzien”. In zijn tweede advies van 11 mei 2026 constateerde de Raad dat er geen wezenlijke wijzigingen waren aangebracht in het oorspronkelijke voorstel en handhaafde hij, impliciet, zijn negatieve beoordeling in zijn geheel. Deze gang van zaken is onaanvaardbaar. Door voor deze tekst te stemmen, neemt elk parlementslid persoonlijke verantwoordelijkheid op zich voor deze schendingen van de grondwet.
De volgende inhoudelijke bezwaren, die al enkele maanden geleden zijn geformuleerd, blijven volledig van kracht.
De schending van de onschendbaarheid van de woning. Artikel 15 van de Grondwet waarborgt dit fundamentele beginsel. Elke afwijking moet strikt worden gereguleerd, evenredig zijn en gepaard gaan met voldoende waarborgen. Deze waarborgen ontbreken in deze tekst. Als deze barrière eenmaal is opgeheven, zal ze niet meer worden gesloten.
Het ontbreken van een effectief rechtsmiddel. Noch de betrokken persoon, noch degene bij wie hij of zij verblijft, beschikt over het recht om de huiszoekingsbevel voor een rechter aan te vechten. Dit is een van de meest fundamentele punten van kritiek van de Raad van State en geen van de vijf wijzigingen die in de tekst zijn aangebracht, biedt hiervoor een oplossing.
De ontoereikende bescherming van kinderen. Kinderen zullen machteloos moeten toezien hoe hun ouder in hun eigen huis wordt gearresteerd. De mogelijke aanwezigheid van een psycholoog, zoals voorzien in de tekst, zal niets veranderen aan het trauma dat een politie-inval teweegbrengt op een plek die elk kind beschouwt als een onschendbaar toevluchtsoord. Dit trauma is gedocumenteerd, blijvend en onherstelbaar.
De juridische onduidelijkheid rond het begrip “gevaar voor de openbare orde”. Dit begrip, dat centraal staat in de regeling, is niet duidelijk gedefinieerd. Het opent de deur voor ruime en potentieel willekeurige interpretaties. Nog ernstiger: in de laatste versie van de tekst staat dat “het enkele feit dat iemand zich illegaal in het land verblijft, op zich niet voldoende is om als een gevaar voor de openbare orde te worden beschouwd, maar dat hiermee rekening kan worden gehouden”. Een louter onregelmatige administratieve situatie zou dus al voldoende kunnen zijn om een interventie te rechtvaardigen.
De criminalisering van alledaagse solidariteit. Iedereen die iemand zonder verblijfsvergunning onderdak biedt – of het nu een buur, vrijwilliger of gastgezin betreft – loopt voortaan het risico dat de politie zijn of haar privacy schendt, zonder dat er een rechtsmiddel is. Vrijgevigheid wordt verdacht en alledaagse solidariteit wordt een handeling die in de gaten moet worden gehouden.
Een bestaand juridisch arsenaal dat volstaat. Als een persoon, met of zonder verblijfsvergunning, een reële bedreiging vormt voor de openbare veiligheid, biedt het Belgische recht al de mogelijkheid om op te treden. Aanhoudingsbevelen, gerechtelijke huiszoekingen in het kader van het Wetboek van Strafvordering, verwijderingsmaatregelen zoals voorzien in de wet van 15 december 1980… deze instrumenten bestaan, ze werken, en ze gaan gepaard met alle waarborgen van een rechtsstaat. Dit wetsontwerp biedt geen enkele meerwaarde op het vlak van veiligheid. Het creëert daarentegen een parallel traject, zonder waarborgen, om op administratieve wijze om te gaan met wat geen strafrechtelijke bedreiging vormt.
Achter elke term op deze lijst gaan gezinnen, kinderen en echte mensen schuil. Hun bescherming moet door de grondwettelijke eed worden gewaarborgd. En elke parlementslid heeft de eed van trouw aan de Belgische Grondwet afgelegd. Gezien een wetstekst die zo duidelijk in strijd is met de Grondwet, zijn noch een stem vóór, noch onthouding verenigbaar met deze eed.
Wij roepen de leden van de Commissie Binnenlandse Zaken, en vervolgens alle parlementsleden tijdens de plenaire vergadering, plechtig op om tegen dit wetsontwerp te stemmen. De eerbiediging van de Grondwet en de grondrechten is geen politieke optie onder andere.
De ondertekenaars
• ASM, Association Syndicale des magistrats
• Avocats.be
• BAPN, Réseau belge de lutte contre la pauvreté
• BelRefugees
• Bruxelles laïque
• CIRÉ
• CNCD-11.11.11
• FDSS, Fédération des Services Sociaux
• FGTB-ABVV
• Ligue des droits humains
• La Ligue des familles
• MOC
• Réseau wallon de lutte contre la pauvreté