Bericht

Een menswaardige collectieve schuldenregeling

De collectieve schuldenregeling (CSR) is een juridische procedure met als doel mensen met een zware schuldenlast een nieuwe doorstart in het leven te geven. Gedurende 7 jaar moeten ze zoveel mogelijk schulden afbetalen, maar hun menswaardig bestaan mag hierbij niet in het gedrang komen. Na deze periode worden (de meeste) schulden kwijtgescholden. Mensen in armoede geven echter aan dat er heel wat schort aan deze procedure. Eén van de grootste problemen is het beperkt leefgeld waarmee ze velen jaren aan een stuk moeten rondkomen. BAPN is dus tevreden dat er een wetsvoorstel op tafel ligt die deze problematiek wil aanpakken.

Het inruilen van de huidige ondergrenzen voor een individuele berekening op basis van de referentiebudgetten, zoals het wetsvoorstel vooropstelt, lijkt ons echter geen goed idee. Wettelijk vastgelegde ondergrenzen hebben het voordeel zeer duidelijk te zijn. Er kan met andere woorden geen discussie ontstaan tussen de schuldbemiddelaar en de persoon met schulden of iets al dan niet noodzakelijk is voor het menswaardig bestaan. We stellen daarom voor om de huidige ondergrenzen aan te passen en dit op basis van de referentiebudgetten. De referentiebudgetten zijn de absolute minimumgrens. Hieronder kan niemand menswaardig leven. Dit betekent echter niet dat deze standaarden voor iedereen automatisch voldoende zullen zijn. De schuldbemiddelaar kan enkel een menswaardig budget opstellen wanneer hij samen met de verzoeker alle noodzakelijke uitgaven in kaart brengt en nagaat wat die persoon werkelijk nodig heeft om rond te komen. Hier zouden de referentiebudgetten opnieuw kunnen helpen, als een soort van inventarislijst. De schuldbemiddelaar zou verplicht rekening moeten houden met alle goederen en diensten die wetenschappelijk noodzakelijk worden geacht om deel te kunnen nemen aan onze samenleving.

Een goede berekening bij de start van de CSR is cruciaal maar ook tijdens de looptijd van de procedure moet het aanzuiveringsplan kunnen worden aangepast. De wet bepaalt alvast dat dit mogelijk is , maar in de praktijk loopt het soms anders.

“In mijn leefbudget telde ze het alimentatiegeld mee, maar mijn ex betaalde dit plots niet meer. Pas nadat er al drie maanden geen alimentatie meer was gestort, kreeg ik dit te horen. De schuldbemiddelaar heeft het dan van mijn leefgeld afgehouden. Gedurende 10 maanden had ik gewoon niet genoeg budget om te overleven. De schuldbemiddelaar wilde daar geen rekening mee houden want in theorie zou ik dat geld moeten hebben.” (getuigenis van een persoon in armoede)

Mensen in armoede vragen dat bij plots verlies van inkomsten de afbetaling van de schulden tijdelijk kan worden opgeschort. In het aanzuiveringsplan moet voldoende rekening gehouden worden met onverwachte uitgaven en kosten. Mensen in armoede signaleren ook al enige tijd dat ze - door de stijgende energieprijzen en inflatie - gewoon niet meer rondkomen met hun leefgeld. Een gevulde winkelkar is vandaag veel duurder dan pakweg zes maanden geleden. Schuldbemiddelaars zouden hiermee rekening moeten houden en niet wachten op de jaarlijkse indexering om het leefgeld aan te passen.

Naast een menswaardiger leefgeld vroegen we de parlementsleden om ook andere maatregelen te treffen om de CSR te verbeteren. Voor ons moet er prioritair werk gemaakt worden van een afsprakenkader voor de schuldbemiddelaars, we willen een betere procedure wanneer de persoon met schulden problemen ervaart met zijn schuldbemiddelaar en vragen dat alle schuldbemiddelaars een specifieke opleiding hebben genoten voor ze aangesteld kunnen worden.

Lees hier het volledige advies.